stap 5 uitzonderingen

Zoek de nuance

Als je een beperking hebt en toch gaat studeren aan hbo of universiteit, dan zijn er behalve talenten ook voldoende situaties denkbaar waarin de hulpvrager er wel in slaagde om moeilijkheden te overwinnen. Ook is het zelden zo dat een probleem zich de hele tijd voordoet, al lijkt dat voor de hulpvrager misschien wel het geval. Om uit het zwart-witdenken te komen, is de 'uitzonderingsvraag' bedoeld. Het is een manier om nuance aan te brengen in het gevoel vastgelopen te zijn zodat je weer een een uitweg ziet.

Video 10: uitzonderingen benoemen (Bron: Biasi)

Cauffman en Van Dijk onderscheiden de volgende uitzonderingsvragen:

 

  • "Wanneer ging het een klein beetje beter dan nu?

  • Wat was er toen anders?

  • Wat deed jij toen anders?

  • Hoe reageerden je collega's/vrienden toen het een beetje beter ging?

  • Stel, ik zou het hun vragen, wat zouden zij me dan zeggen?

  • Zijn er momenten geweest dat het nog veel erger was dan nu?

  • Hoe heb je dat toen volgehouden?

  • Wat heb je toen gedaan om het een beetje draaglijker te maken?"

In het filmpje hierboven staan ook nog bruikbare uitzonderingsvragen:

  • Wanneer kon je dit soort problemen beter aan?

  • Wat is er anders aan de momenten dat je er beter mee om kon gaan?

  • Als het tegenzit, hoe ga je daar dan mee om?

  • Vertel me eens wat in het verleden voor jou werkte, zelfs al was het voor even.

Pas op voor een vragenvuur. Het zijn bruikbare vragen maar als je ze allemaal stelt, worden ze ineffectief. Je merkt vaak wel aan iemands non-verbale communicatie of het genoeg is. De ander gaat dan zuchten of met de ogen omhoog kijken, of kan langdurig niet op een antwoord komen. Check het voor de zekerheid: 'Klopt het dat je deze vragen niet (meer) zinvol vindt?'.

Ook kun je bij de 'uitzonderingen' de schaalvraag inzetten waarbij 0 gelijkstaat aan 'allerminst' en 10 aan 'goed genoeg'. Cauffman en Van Dijk bevelen de volgende procedure aan:

1. Vraag toestemming aan de ander om met de schaalvraag te werken. 

2. Geef de schaal weer van 0-10.

3. Waar staat de ander nu?

4. Accepteer het cijfer zoals de ander dat nu percipieert.

5. Herhaal en bevestig: Ok, een 3, prima.

6. Vraag wat de ander nu al doet om die 3 te halen.

7. Accepteer het antwoord en herhaal het in je eigen woorden om de ander zich begrepen te laten voelen.

8. Vraag 'wat nog meer' om zoveel mogelijk uitzonderingen te horen op wat wat er niet goed gaat.

9. Verruim het perspectief door uitzonderingsvragen te stellen over vrienden/docenten/collega's, wat zouden zij voor cijfer geven?

10. Wat zou het kleinste stapje kunnen zijn om vooruit te kunnen komen?

Voor mensen met ASS is het overigens raadzaam om de schaalvragen te visualiseren. Voor hen kun je gebruikmaken van de werkbladen met concrete vragen (Kanter). Anderen vinden het misschien minder fijn om met werkbladen te werken, die hebben liever een 'natuurlijk' gesprek zonder een procedure af te lopen. Opnieuw geldt: stem af met de ander.

Werkblad met concrete vragen (Kanter)
Werkblad met uitzonderingsvragen 

© Josje Kuenen, 2014-2020