Wat straal je uit?

1. RET (Wat je denkt, straal je uit!)

Albert Ellis ontwikkelde de RET, Rational Emotive Therapy. Hij was in zijn jeugd ongelukkig omdat hij vaak ziek was en niemand hem kwam bezoeken in het ziekenhuis. Hij besloot toen zijn leven zelf maar gezellig te maken. Dat was de basis voor de RET-therapie: anders naar dingen te kijken. 

 

Bijvoorbeeld: stel de buurvrouw komt voorbij en groet jou niet. Je bent verbaasd. Zou ze boos zijn? Waarover? Misschien over je feestje van laatst? Ook kinderachtig. Wat een stom wijf eigenlijk. Je besluit haar ook niet meer te groeten. Zo ontstaat een domino-effect van improductieve gedachten en gedragingen.

 

Volgens Ellis gaat het mis tijdens de interpretatie van de gebeurtenis, je had ook kunnen denken: 'Misschien zag ze me niet.' Dan was er geen ergernis en ruzie ontstaan.

 

De vijf g's die Ellis onderscheidt zie je hieronder op een rij, nummer twee, gedachte, is volgens hem de crux:

 

  1. Gebeurtenis

  2. Gedachte

  3. Gevoel

  4. Gedrag

  5. Gevolg

 

De kunst is om andere gedachten te koppelen aan gebeurtenissen. Bijvoorbeeld: je vraagt een collega of zij volgende keer de vergadering wil voorzitten. Ze zegt dat ze het daarvoor te druk heeft. Je eerste gedachte is: 'Wat een muts, ze werkt hier toch fulltime?' Je ergert je aan haar en de keer dat ze zich ziek meldt, ontplof je bijna omdat je haar onloyaal vindt. Ze kan bijna geen goed meer doen en eigenlijk is dat niet eerlijk. Je merkt dat ze jou ontloopt. De fout zit hem eigenlijk in de gedachte die je koppelt aan 'nee zeggen': ze zal wel lui zijn. Misschien is ze helemaal niet lui maar echt druk. En kan ze beter 'nee' zeggen dan jij. Misschien ben je zelfs een tikje jaloers? Zodra je uitstraalt dat je de ander niet mag, zal je geen verbinding kunnen maken. Het is dus belangrijk dat je je irritatie onder controle houdt, dat kan door deze te relativeren (en anders naar zaken te kijken). 

 

Opdracht 1a: Schrijf elke dag een situatie op waarin je je ergert aan gedrag van collega's. Wat is de ergernis? Welke aanname zit daarachter? En hoe realistisch is die aanname? Kun je er anders naar kijken? Wat zou je helpen om er minder door van slag te zijn? Mail deze antwoorden dagelijks naar Josje.

 

 

opdracht 1b: Welke positieve gedachten kun je koppelen aan onderstaande foto's?

 

 

1/5

2. Powerposes

Amy Cuddy heeft onderzoek gedaan naar het effect van je houding op hoe je je voelt. 

Durf je ruimte in te nemen? Dan maak je een zelfverzekerde indruk en zullen mensen je ook op die manier zien. Maak je jezelf klein? Dan wek je de indruk niet gezien te willen worden. Mensen zullen dan minder rekening met je houden.

 

Uit haar onderzoek blijkt dat je houding ook effect heeft op hoe je je voelt. High powerposes helpen je meer zelfvertrouwen te geven: breed zitten, rechtop lopen, handen in je zij. Kijk wel uit: in sommige situaties kan een dominante houding agressie oproepen. Het is dus vooral een goede oefening om jezelf beter te voelen. 

Tussen anderen is een neutrale maar zelfverzekerde houding aan te bevelen.

 

Opdracht: Neem elke dag gedurende twee minuten een dominante pose aan. Daardoor neemt je testosterongehalte toe en voel je je zelfverzekerder.

3. Wie zijn je rolmodellen? Doe ze na!

Verschillende deskundigen zijn het erover eens: vrouwen worstelen met hun zakelijke imago. Vrouwen willen aardig gevonden worden en vinden het daarom moeilijk assertief te zijn. Terecht, want assertieve vrouwen worden vaak weggezet als bitch. Dat effect hebben ze zowel op vrouwen als op mannen.

De kunst is een balans te vinden tussen enerzijds vriendelijk zijn en anderzijds je grenzen kunnen bewaken.

 

Kijk daarvoor eens naar leidinggevende vrouwen die je bewondert. Hoe kleden zij zich? Hoe lopen ze? Hoe gedragen ze zich tijdens een interview?

 

Oefening: inventariseer vijf rolmodellen naar keuze en leg vast:

 

- wat dragen ze wanneer?

- hoe lopen ze?

- hoe gedragen ze zich?

- op welke manier praten ze?

- andere zaken die je opvallen

 

Probeer het gedrag specifiek te maken, wat leer je daarvan en wat kun je ermee?

 

Meer info: 

Martine Delfos

Catalyst, women take care, men take charge

Buunk en Dijkgraaf

4. Congruentie

Uit onderzoek blijkt dat we iemand geloofwaardig vinden als diens lichaamstaal overeenstemt met de emoties die hij benoemt. Als je lachend zegt dat je boos bent, word je niet serieus genomen. Als je boos kijkt en zegt dat je de ander respecteert ook niet. Hiernaast twee voorbeelden van niet-congruente communicatie. Hitler die wil bowlen en Fuld die zegt dat hij aardig is maar graag harten uit lijven rukt om ze op te eten. Brrrrr. 

 

Oefening:

Denk aan een situatie waarin je merkte dat anderen je niet serieus namen. Wat zei je? Kwam dat overeen met je lichaamstaal? 

 

Oefen desgewenst live met de trainer de situatie opnieuw.

 

© Josje Kuenen, 2014-2020