Publiekskenmerken

Publiek dat reageert op de automatische piloot denkt niet na. Maakt iemand stampij, dan gaat de rest zich als kudde gedragen (Denk aan de Damschreeuwer, zie filmpje).

Vergelijk ook filerijden, voetbalwedstrijden enz.

Blijft iedereen vrolijk, dan hebben de meesten het ook naar hun zin (zoals op Koningsdag).

Publiek dat laag-betrokken is, kiest wel tot op zekere hoogte het eigen gedrag (gaan we naar het optreden van Jan Smit of naar Anouk tijdens de Libelledag) maar echt beredeneerde keuzes maakt dit publiek niet. Het moet een beetje makkelijk zijn en goed voelen. En: wat doen anderen? Daar laat dit publiek zich door leiden. Vermoei dit publiek niet met teveel inhoud en waar ze teveel over na moet denken; daar heeft dit publiek geen zin in.

Publiek dat hoog-betrokken is, is bereid om te luisteren, na te denken en beredeneerde keuzes te maken. Heeft iemand last van zijn nek, dan is dat urgent genoeg om naar de fysio te gaan en oefeningen te gaan doen. Zulk publiek moet je geen onzin verkopen maar vertellen hoe het zit en wat je daar het beste aan kunt doen. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld reorganisaties, fusies of andere veranderingen die impact hebben op iemands levenssituatie. Neem zulk publiek serieus en ga vooral geen oppervlakkige praatjes verkopen; daar prikt dit publiek moeiteloos doorheen. Het zal het ongenoegen alleen maar aanwakkeren. Ga bij je publiek te rade: wat wil je, wat heb je nodig, waar zit je mee?

 

Publiek dat hoog-betrokken is, zich niet serieus genomen voelt en verkeert tussen lotgenoten, gaat zich als emotionele kudde gedragen. Denk aan de Occupybeweging, boze burgers, studentenprotesten. Het heeft geen enkele zin om een presentatie te geven tijdens dit soort bijeenkomsten want de woede zal zich op jou richten. Beter is het om preventief te werk te gaan, actiegroepen zoveel mogelijk van tevoren betrekken bij je beleid, en representanten benaderen en mee laten doen in het gesprek. Een op een gesprekken zijn het best, maar in grote contexten lang niet altijd mogelijk.

Opdracht:

  1. De presentatie die jij gaat geven, voor welk publiek is dat? 

  2. Wat houdt dat in voor de inhoud en de vorm?

  3. Met welk soort publiek hebben we te maken in de volgende situaties:

 

  • studenten tijdens open dag nieuwe opleiding

  • potentiele kopers nieuwbouwwijk

  • shoppend publiek in een winkelcentrum

  • burgers die een drugsopvang in de straat krijgen

  • vereniging van eigenaren die vergaderen over onderhoud

 

 

© Josje Kuenen, 2014-2020