2. contact maken

 

Naast het ijsbreken (iets aardigs zeggen) is het ook belangrijk dat je afstemt op de ander. Daarvoor is het belangrijk dat je diens non-verbale signalen kunt lezen. Als mensen naar hun schoenen kijken, gapen, hun wenkbrauwen omhoog doen of op hun horloge kijken, dan doen ze dat met een reden. Als je dat negeert, maak je geen verbinding. Het is de kunst om alert te worden op non-verbale signalen en daar op te reageren.

Kijkt iemand verdrietig, dan is het dus belangrijk dat je daar aandacht aan besteedt: 'Je kijkt een beetje treurig, gaat het wel goed met je?' Kijkt iemand juist heel blij dan kun je daar ook wat over zeggen: 'Jee, je straalt helemaal! Wat is er gebeurd?' Kijken mensen geschrokken: 'Klopt het dat je je ergens zorgen over maakt? Waar ben je precies bang voor?' Of als ze boos zijn: 'Ik snap dat je daar niet  blij mee bent, balen zeg!' Het is dus de kunst erkenning te geven aan iemands emotie en daar even bij stil te staan en te overleggen hoe je de ander kunt helpen.

 

Wat mensen nodig hebben als ze emotie tonen is:

 

boosheid: uitblazen en verandering van de situatie

bedroefdheid: steun en troost

blijdschap: delen van vreugde

bang: steun en zekerheid

 

Wat in ieder geval olie op het vuur is: totaal negeren of relativeren. Dus als iemand zijn been moet worden afgezet, is het niet handig als volgt te reageren: 'Gelukkig heb je nog een been' of 'Tegenwoordig bestaan er protheses waarmee je gewoon alles kunt doen'. Of als iemand bang is voor zijn baanverlies: 'Joh, zie het als een nieuwe kans op een ander leven'. Dat zijn allemaal opmerkingen waaruit blijkt dat je de ander zijn gevoel niet erkent en daarmee verlies je verbinding.

 

Hieronder twee voorbeelden van hoe je geen en wel verbinding maakt (het slechte en goede voorbeeld staan achter elkaar)

En een filmpje over het belang van emoties onderkennen. 

Opdracht: reageren op emotie 

Bekijk de filmpjes hieronder. Reageer op de emotie van deze mensen door begrip te tonen. Neem je reactie op op video en stuur deze naar je docent.

© Josje Kuenen, 2014-2020